ECLI:NL:CRVB:2011:BP1784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Herziening afkoopsom wachtgeld na ontslag wegens reorganisatie bij Defensie
Appellant, ontslagen wegens een reorganisatie bij Defensie, had verzocht om afkoop van zijn wachtgeld. De minister van Defensie had de afkoopsom vastgesteld op €96.003,32, maar appellant was het niet eens met de berekening van diensttijd, bezoldiging, hoogte van het wachtgeld en het afkooppercentage.
De Raad overwoog dat de diensttijd niet correct was berekend omdat een periode waarin appellant wachtgeld ontving niet voor een vierde werd meegeteld, zoals voorgeschreven. Ook was de laatst genoten bezoldiging juist vastgesteld, inclusief alle relevante toelagen. Het afkooppercentage van 30% was conform het beleid en redelijk.
Verder had appellant geen recht op vervolgwachtgeld omdat zijn wachtgeld was berekend volgens artikel 9 van Pro het Wbad, niet artikel 8. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de eerdere uitspraak, en beval een nieuwe beslissing waarbij de juiste diensttijd wordt toegepast. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit over de afkoopsom wachtgeld wordt vernietigd en een nieuwe beslissing wordt bevolen.