ECLI:NL:CRVB:2011:BP1795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslag AOW wegens inkomsten partner uit PGB
Appellant ontving vanaf september 1999 een AOW-pensioen met toeslag omdat zijn partner geen eigen inkomsten had. In 2007 stelde de Sociale verzekeringsbank (Svb) een onderzoek in naar de inkomsten van de partner, die bleek te beschikken over een persoonsgebonden budget (PGB) voor de zorg van hun kleinkind. De Svb herzag de toeslag met terugwerkende kracht over januari tot juli 2005 en vorderde een bedrag terug.
Appellant voerde aan dat zijn dochter telefonisch had geïnformeerd bij de Svb en verzekerd was dat de PGB-betalingen niet als inkomen uit arbeid zouden gelden, en dat er geen koppeling was gemaakt tussen persoonsgegevens van verschillende afdelingen van de Svb. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de PGB-betalingen als inkomen moesten worden meegeteld en dat appellant zijn meldingsplicht had geschonden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat de Svb terecht het buitenwettelijke begunstigende beleid toepaste, waarbij herziening met terugwerkende kracht mogelijk is als de toeslag ten onrechte is verleend. Er waren geen rechtens relevante toezeggingen die appellant een gerechtvaardigd vertrouwen konden geven dat de PGB-inkomsten geen invloed zouden hebben. De Raad achtte het beleid consistent toegepast en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de toeslag op het AOW-pensioen en verklaart het beroep van appellant ongegrond.