ECLI:NL:CRVB:2011:BP1841
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks medische bezwaren
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 13 januari 2009 te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het besluit op een juiste medische en arbeidskundige grondslag was gebaseerd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een rapport van haar behandelend psycholoog aantoonde dat zij niet in staat was om bedrijfsmatige werkzaamheden te verrichten en verzocht zij om voortzetting van haar WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
De Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts het standpunt van de behandelend psycholoog gemotiveerd had weersproken en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst niet leidden tot een overschatting van haar arbeidsmogelijkheden. Hoewel het UWV in hoger beroep toegaf dat de toelichting over de passendheid van de geduide functies niet volledig was, werd deze door de bezwaararbeidsdeskundige adequaat aangevuld.
Het hoger beroep werd verworpen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, omdat de toelichting over de passendheid van functies pas in hoger beroep voldoende was gegeven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.