ECLI:NL:CRVB:2011:BP1844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid als schoonmaakster
Appellante verzocht om een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, welke door het UWV werd geweigerd op basis van een medische beoordeling dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid als schoonmaakster voor 30 uur per week. De rechtbank Amsterdam vernietigde het eerste besluit vanwege een ondeugdelijke medische grondslag en beval een nieuw onderzoek.
Na een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij appellante werd onderzocht door een bezwaarverzekeringsarts en beschikbare medische informatie werd betrokken, verklaarde het UWV het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante in hoger beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit berust op een zorgvuldige en deugdelijke medische grondslag. De Raad concludeerde dat de longklachten en bloedarmoede van appellante niet zodanig beperkend zijn dat zij haar werk als schoonmaakster niet kan verrichten. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellante meer beperkt is dan door het UWV en de rechtbank aangenomen. Ook werd vastgesteld dat appellante niet bovenmatig wordt blootgesteld aan prikkelende stoffen op haar werk.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellante per 21 augustus 2006 haar maatgevende arbeid kan verrichten, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor haar maatgevende arbeid als schoonmaakster en wijst het hoger beroep af.