Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2011:BP2000

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4103 WUV + 09/4187 WUV + 09/4189 WUV + 09/4193 WUV + 09/4194 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 17 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van eerdere uitspraken Centrale Raad van Beroep

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van meerdere uitspraken die eerder door dezelfde Raad zijn gedaan. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat verzoekster structureel te weinig uren huishoudelijke hulp ontving, mede gezien de omvang van haar woning en de daarmee gepaard gaande kosten.

De Raad heeft het verzoek behandeld tijdens een zitting op 9 december 2010, waarbij verzoekster werd vertegenwoordigd door haar echtgenoot. De Raad heeft overwogen dat het rechtsmiddel van herziening uitsluitend kan worden toegepast indien aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt voldaan: er moeten feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die bij de indiener van het verzoek niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die, indien zij bij de Raad bekend waren geweest, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.

De Raad heeft in het verzoek geen nieuwe feiten of omstandigheden kunnen ontdekken die aan deze voorwaarden voldoen. Het verzoek is dan ook beoordeeld als een poging om een hernieuwde discussie te voeren op basis van reeds bekende gegevens, hetgeen niet is toegestaan. Daarom is het verzoek om herziening afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te kennen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van eerdere uitspraken wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/4103 WUV
09/4187 WUV
09/4189 WUV
09/4193 WUV
09/4194 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 12 maart 2009, nrs 06/6002 WUV, 06/6003 WUV, 06/6004 WUV, 08/2179 WUV, respectievelijk 08/1907 WUV en 07/5184 WUV alsmede de uitspraak van 14 februari 2008, 06/5616 WUV, 06/5773 WUV, in de gedingen tussen:
verzoekster
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 20 januari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster is om herziening verzocht van eerder genoemde uitspraken, naar welke uitspraken wordt verwezen.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 december 2010. Namens verzoekster is verschenen haar [echtgenoot], als gemachtigde. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 17 van Pro de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheden als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
2.1. Namens verzoekster is aan het verzoek om herziening in essentie ten grondslag gelegd dat verzoekster, gelet ook op de omvang van de woning en de daarmee gemoeide kosten, structureel over te weinig uren aan huishoudelijke hulp beschikt.
2.2. In hetgeen namens verzoekster bij het verzoek om herziening uitvoerig is aangevoerd heeft de Raad geen feiten of omstandigheden kunnen ontdekken die voldoen aan de drie in artikel 8:88 van Pro de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden. De Raad moet dan ook vaststellen dat namens verzoekster met het onderhavige verzoek is beoogd op basis van al bekende gegevens een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie te voeren.
3. Het voorgaande betekent dat het verzoek om herziening van genoemde uitspraken moet worden afgewezen.
4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van M.C. Nijholt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2011.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) M.C. Nijholt.
RB