ECLI:NL:CRVB:2011:BP2202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens niet nakomen re-integratieverplichtingen werkgever
De zaak betreft het hoger beroep van een werkgever tegen een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens het niet naleven van re-integratieverplichtingen. Het UWV had het recht op loon tijdens ziekte van een werkneemster met 52 weken verlengd omdat de werkgever niet tijdig een compleet re-integratieverslag had overgelegd.
De rechtbank had het beroep van de werkgever ongegrond verklaard en geoordeeld dat de administratieve verplichtingen uit artikel 25 van Pro de Wet WIA niet waren nagekomen. De werkgever kon zich niet beroepen op het feit dat de arbodienst of werkneemster verantwoordelijk zou zijn voor het niet aanleveren van de stukken.
In hoger beroep handhaafde de werkgever haar standpunt dat zij geen verwijt treft, omdat zij de stukken naar de werkneemster had gestuurd. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor het nakomen van de re-integratieverplichtingen en dat het niet aanleveren van de gegevens een administratieve tekortkoming vormt.
De Raad concludeerde dat de loonsanctie terecht is opgelegd en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De loonsanctie wegens het niet nakomen van re-integratieverplichtingen wordt bevestigd.