ECLI:NL:CRVB:2011:BP2515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid ondanks psychische en lichamelijke klachten
Appellant, voormalig administratief/financieel medewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV wees deze af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist was opgesteld en dat de bezwaren van appellant onvoldoende waren onderbouwd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet zelfredzaam is, geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft en dat zijn psychische en neurologische klachten onvoldoende zijn onderzocht. Hij verzocht om benoeming van een deskundige en opname van extra beperkingen in de FML, waaronder voor rug-, heup- en klapvoetklachten.
De Raad stelde vast dat appellant geen nieuwe, voldoende onderbouwde medische informatie had ingebracht en dat de second opinion niet was overgelegd. De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het eerdere oordeel dat appellant in staat is de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen. Ook vond de Raad geen reden om een deskundigenonderzoek te gelasten.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.