ECLI:NL:CRVB:2011:BP2535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling Ziektewet-dagloon na bevallingsverlof
Appellante was per 1 oktober 2008 niet langer in dienst en ontving een uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg. Zij meldde zich op 16 april 2009 ziek met zwangerschaps- en bevallingsklachten. Het UWV kende haar een Ziektewet-uitkering toe met een dagloon van €53,09, later bij bezwaar verhoogd naar €56,93.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat 16 april 2009 terecht als eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd aangemerkt, conform artikel 29a, vierde lid, van de Ziektewet. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het dagloon vóór en na het bevallingsverlof gelijk zou moeten zijn, omdat de ziekteoorzaak hetzelfde is, en dat er ten onrechte een nieuwe wachttijd en eerste arbeidsongeschiktheidsdag werd aangenomen.
De Raad concludeerde dat appellante haar gronden onvoldoende motiveerde en onderschreef de overwegingen van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon wordt bevestigd.