ECLI:NL:CRVB:2011:BP2680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om wraking wegens gebrek aan feiten voor rechterlijke partijdigheid
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot wraking ingediend tegen raadsheer Van der Ham, stellende dat deze incompetent, partijdig en kreukbaar zou zijn. Dit verzoek werd gedaan voorafgaand aan een zitting in hoger beroep tegen een uitspraak inzake de WWB.
De Raad heeft het verzoek getoetst aan artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat vereist dat wraking gebaseerd moet zijn op concrete feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten. Het verzoek bevatte echter geen dergelijke feiten of omstandigheden.
Ook werd het niet honoreren van een verzoek tot uitstel van zitting als onvoldoende grond voor wraking beoordeeld. De Raad benadrukte dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen.
De Raad concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn voor schending van onpartijdigheid en wees het wrakingsverzoek daarom af. Tevens werd gewezen op de regel dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter niet wordt behandeld zonder nieuwe feiten.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de raadsheer wordt afgewezen wegens het ontbreken van feiten die de rechterlijke onpartijdigheid aantasten.