ECLI:NL:CRVB:2011:BP2916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens onderhuur woning
Appellant ontvangt sinds 1999 bijstand en werd onderzocht nadat een tip binnenkwam over onderverhuur van zijn woning. Uit onderzoek, verklaringen van onderhuurders en e-mailcorrespondentie bleek dat appellant een deel van zijn woning tegen betaling liet bewonen.
Het College herzag de bijstand over januari en februari 2006 en vorderde een bedrag van €2.121,70 terug. Appellant voerde onder meer aan dat de klantmanager mogelijk betrokken was bij belangenverstrengeling en betwistte het bestaan van een huurovereenkomst en betalingen.
De Raad oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd voor belangenverstrengeling en dat de beschikbare gegevens, waaronder verklaringen, e-mails en kwitanties, voldoende bewijs vormen voor onderhuur en betaling. De periode van onderhuur loopt van 27 januari tot 26 maart 2006, en de herziening van de bijstand over januari en februari is passend.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.