ECLI:NL:CRVB:2011:BP3154
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, sinds 1984 in aanmerking gekomen voor een WAO-uitkering wegens gezondheidsklachten, maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV om zijn uitkering te herzien en te verlagen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig en voldoende onderbouwd, waarbij ook de informatie van behandelaars was betrokken. De subjectieve klachten van appellant, waaronder geheugenproblemen en vermoeidheid, boden onvoldoende grondslag om het medische oordeel aan te tasten. De brief van een psychiater over klachten in 2010 was niet relevant voor de belastbaarheid op de datum van het besluit.
Ook de arbeidskundige onderbouwing van de geschiktheid van appellant voor de hem voorgehouden functies werd door de Raad als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.