ECLI:NL:CRVB:2011:BP3160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling medische beperkingen
Appellant stelde in hoger beroep dat bij het vaststellen van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten, met name de psychiatrische expertise van Leeflang en Strieder uit 2008. Hij verwees ook naar een verklaring van huisarts Saes uit 2010 en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte zijn vermoeidheidsklachten toeschreef aan hartklachten.
De Raad overwoog dat de medische bevindingen van de verzekeringsarts en de psychiaters in grote lijnen overeenstemden en dat de FML adequaat was aangepast voor het lagere werktempo. De verklaring van huisarts Saes werd minder zwaar gewogen omdat deze niet behandelend huisarts was, zich beperkte tot dossieronderzoek en geen medische onderbouwing gaf voor extra beperkingen.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de klachten van appellant reeds voldoende waren verwerkt in de FML en dat er geen grond was voor extra beperkingen of urenreductie. De arbeidsdeskundige onderbouwde dat de geduide functies passend waren binnen de belastbaarheid van appellant.
De Raad nam ook in aanmerking dat leeftijd geen rol mag spelen bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid volgens artikel 18, lid 6, WAO. Gezien deze overwegingen bevestigde de Raad de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.