ECLI:NL:CRVB:2011:BP3443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- R.H.M. Roelofs
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wegens vermogen appellant
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering over een periode in 2008. Het College wees dit verzoek af omdat appellant beschikte over een betaal- en spaarrekening met een gezamenlijk vermogen dat hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens verworpen door het College.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de kosten van bewindvoering weliswaar bijzondere en noodzakelijke kosten zijn, maar dat het beleid van het College om het aanwezige vermogen aan te wenden voor deze kosten binnen de grenzen van redelijkheid valt.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt, omdat de WWB een gedecentraliseerde uitvoering kent en er een wezenlijk verschil bestaat tussen personen met en zonder spaargeld. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om bijzondere bijstand voor kosten bewindvoering wordt afgewezen omdat appellant over voldoende vermogen beschikt.