ECLI:NL:CRVB:2011:BP3493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering wegens ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid
Betrokkene stelde beroep in tegen een UWV-besluit waarin werd vastgesteld dat hij volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een IVA-uitkering bestond. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat onvoldoende medische ondersteuning bestond voor het oordeel dat betrokkene niet duurzaam arbeidsongeschikt was.
Het UWV ging in hoger beroep en voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd had vastgesteld dat er op de datum in geschil geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid. Diverse medische rapportages en reacties van de bezwaarverzekeringsarts werden overlegd, waarin werd onderbouwd dat het ziektebeeld van betrokkene, met name sarcoïdose, een redelijke kans op verbetering bood.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts haar oordeel over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid op juiste wijze had gebaseerd op de medische gegevens die op de datum in geschil beschikbaar waren. De latere ernstiger ontwikkeling van de ziekte was toen nog niet aannemelijk. Daarom was het besluit van het UWV voldoende voorbereid en gemotiveerd, en kon het beroep ongegrond worden verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit blijft in stand omdat betrokkene niet duurzaam arbeidsongeschikt is.