ECLI:NL:CRVB:2010:BN9226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Betrokkene stelde beroep in tegen meerdere besluiten van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WIA-uitkering, maar wel op een WGA-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De rechtbank vernietigde een besluit van het UWV omdat de bezwaarverzekeringsarts niet alle stappen van het beoordelingskader voor duurzame arbeidsongeschiktheid had gevolgd. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze vernietiging en laat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand.
De Raad overweegt dat het UWV bevoegd is regels vast te stellen ter uitvoering van zijn taak en dat het beoordelingskader een instructie is voor verzekeringsartsen. Het niet volledig volgen van het beoordelingskader leidt niet automatisch tot strijd met het recht, mits het besluit zorgvuldig en gemotiveerd is. De Raad stelt dat de bezwaarverzekeringsarts in hoger beroep een volledige en deugdelijke motivering heeft gegeven.
Verder oordeelt de Raad dat de inschatting van de duurzaamheid van arbeidsongeschiktheid een prognose is van toekomstige beperkingen en dat medische informatie die in beroep en hoger beroep wordt ingebracht relevant is voor de beoordeling, mits deze betrekking heeft op de datum in geding. De medische gegevens tonen aan dat er een redelijke verwachting was van verbetering door behandeling, ondanks psychosociale belemmeringen bij betrokkene.
De Raad bevestigt dat betrokkene geen recht heeft op een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid, maar dat de toekenning van een WGA-uitkering passend is. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Betrokkene heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid; de WGA-uitkering blijft ongewijzigd.