ECLI:NL:CRVB:2011:BP3505
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak trapliftweigering wegens gewijzigde situatie
Betrokkene, geboren in 1921, vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een traplift aan voor zijn woning. Het College van burgemeester en wethouders van Heerlen wees deze aanvraag op 20 maart 2009 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Maastricht vernietigde dit besluit en bepaalde dat betrokkene recht had op de traplift vanwege zijn vergevorderde leeftijd en de afwezigheid van een voorliggende voorziening.
Het College ging in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen. Het College stelde dat onvoldoende feiten bekend waren over de technische haalbaarheid en bedienbaarheid van de traplift en benadrukte de onomkeerbaarheid van de voorziening. Betrokkene gaf aan zich niet te verzetten tegen de voorlopige voorziening omdat hij sinds 22 december 2010 in een zorgvoorziening verblijft en niet meer in de woning.
De voorzieningenrechter stelde vast dat door deze gewijzigde situatie het belang van het College om de uitspraak te schorsen gerechtvaardigd is. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en de werking van de uitspraak geschorst totdat in de hoofdzaak is beslist. Een verzoek om onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak werd afgewezen vanwege de procedurele regels bij meervoudige kamers.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat in de hoofdzaak is beslist.