ECLI:NL:CRVB:2011:BP3833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering bijstand wegens ontbreken toezegging
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand over de periode van september 1998 tot juni 2000, die door het College van burgemeester en wethouders van Noordwijk is gehandhaafd. Appellant stelde dat hij met een ambtenaar van de gemeente in 2002 was overeengekomen dat na vijf jaar de maandelijkse inhoudingen zouden stoppen en het restant zou worden kwijtgescholden.
De rechtbank wees het beroep af omdat het vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast; er was geen schriftelijke of andere ondubbelzinnige toezegging. In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte niet was ingegaan op zijn verzoek om de ambtenaar als getuige te horen. De Raad oordeelde dat de rechtbank bevoegd was maar niet verplicht was om de getuige op te roepen en dat het dossier geen aanwijzingen bevatte voor een dergelijke afspraak.
De Raad bevestigde dat het machtigingsformulier geen tijdslimiet bevatte en dat het rapport van juni 2002 geen termijn voor aflossing vermeldde. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen uitdrukkelijke en ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot kwijtschelding van de terugvordering wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.