ECLI:NL:CRVB:2011:BP4610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening voor vervanging matras
Appellant, die sinds 1996 een WAO-uitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor diverse kosten, waaronder de vervanging van zijn matras. Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg kende hem bijzondere bijstand toe voor extra kosten wegens chronische ziekte en een geldlening voor de matrasvervanging, waarbij de draagkracht van appellant werd vastgesteld op €525,51 per jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het College ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het toegekende bedrag onvoldoende was en dat er bijzondere omstandigheden waren die een afwijking van het beleid rechtvaardigden.
De Raad stelde vast dat volgens de WWB en het beleid van het College de kosten van duurzame gebruiksgoederen tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan behoren, waarvoor men geacht wordt te reserveren. De Raad vond geen aanwijzingen voor een medische noodzaak van een speciaal matras en oordeelde dat het College terecht bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening heeft toegekend.
Ook het maximumbedrag van €105,--, gebaseerd op Nibud-normbedragen, werd als passend beoordeeld. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het beleid rechtvaardigen en bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening wordt bevestigd.