ECLI:NL:CRVB:2011:BP4818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor laatst verrichte functie rozenplukker
Appellant, voorheen voltijds rozenplukker, meldde zich ziek met psychische klachten. Na medisch onderzoek door arts Wildenborg en een bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte functie. Het UWV beëindigde daarop het recht op ziekengeld.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, maar zonder nieuwe medische onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel na onderzoek van het dossier en de medische rapportages.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de conclusie dat appellant geschikt was voor zijn functie terecht was. De psychische beperkingen en sociale problematiek waren onvoldoende om het recht op ziekengeld te handhaven. De klachten en medicatie veroorzaakten geen zodanige beperkingen dat de functie niet kon worden uitgeoefend.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellant geschikt is voor zijn laatst verrichte functie.