ECLI:NL:CRVB:2011:BP4824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens ontbreken medische wijziging en geschiktheid voor arbeid
Appellante was werkzaam als groepsleerkracht voor 23 uur per week en viel uit per 5 januari 2004 door pijnklachten na een val in april 2003. Na afloop van de wettelijke wachttijd kreeg zij geen WIA-uitkering wegens gebrek aan arbeidsongeschiktheid. In 2007 meldde zij zich opnieuw ziek met dezelfde klachten. Een verzekeringsarts concludeerde dat er geen wijziging in haar medische situatie was en dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid. Het UWV weigerde daarom ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar, maar de bezwaarverzekeringsarts handhaafde het oordeel na uitgebreid medisch onderzoek en dossierstudie, waarbij geen nieuwe medische gegevens werden gevonden die haar beperkingen konden verklaren. De Raad oordeelde dat de eerdere problematiek haar werkhervatting niet in de weg stond.
In hoger beroep werd eveneens geoordeeld dat de medische situatie niet was gewijzigd en dat de ADHD-problematiek en epileptische aanvallen haar functioneren niet belemmerden. Er waren geen aanwijzingen voor psychiatrische stoornissen die werkhervatting zouden verhinderen. De Raad zag geen reden een onafhankelijk deskundige in te schakelen en bevestigde het besluit van het UWV om het ziekengeld te weigeren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.