ECLI:NL:CRVB:2011:BP5173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding proceskosten wegens ontbreken gemachtigde rol in beroepsprocedure
Appellante stelde beroep in tegen een besluit van het UWV betreffende de vaststelling van haar WAZ-uitkering. Nadat het UWV haar bezwaar had gehonoreerd en de grondslag van de uitkering had vastgesteld, trok appellante haar beroep in en verzocht zij om vergoeding van proceskosten, inclusief kosten voor juridische bijstand.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af, behalve de vergoeding van het griffierecht. Appellante ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de kosten van de door mr. Lagerweij-Aalbers verleende rechtsbijstand vergoed moesten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroepschrift door appellante zelf was ingediend en niet door of mede door mr. Lagerweij-Aalbers in een kenbare hoedanigheid als gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak en het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen kosten alleen worden vergoed indien de proceshandelingen door een gemachtigde zijn verricht. Het enkel behulpzaam zijn bij het opstellen van het beroepschrift vormt geen proceshandeling die vergoeding rechtvaardigt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Ook het verzoek tot vergoeding van het griffierecht werd afgewezen omdat de rechtbank daar reeds in positieve zin over had beslist. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de proceskostenvergoeding wordt bevestigd.