ECLI:NL:CRVB:2012:BX2811
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding extra vakantie wegens onvoldoende medische noodzaak en onduidelijk causaal verband huidkanker
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer, verzocht om vergoeding van een extra vakantie op grond van psychische klachten en medische aandoeningen, waaronder huidkanker. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van medische noodzaak, met name geen acute psychische decompensatie en geen herstelbehoefte na behandeling.
De Raad oordeelt dat de afwijzing van vergoeding voor extra vakantie op grond van psychische klachten terecht is, omdat op het moment van het besluit geen acute noodzaak bestond. Wel is geoordeeld dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is wat betreft het ontbreken van een causaal verband tussen de huidkanker van appellant en zijn vervolging. De verklaring van de behandelend dermatoloog toont een oorzakelijk verband aan met langdurige blootstelling aan zonlicht tijdens internering in Japanse kampen.
De Raad vernietigt daarom het besluit voor zover het de huidkanker betreft en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Verder veroordeelt de Raad verweerder in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor het onderdeel huidkanker en het besluit wordt vernietigd, voor het overige wordt het beroep ongegrond verklaard.