ECLI:NL:CRVB:2011:BP5198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellant, werkzaam als schoonmaker, werd in 2004 arbeidsongeschikt wegens rug- en psychische klachten. Na herstel en het vervallen van de WIA-uitkering, meldde hij zich in oktober 2006 opnieuw ziek met toegenomen psychische klachten. Het UWV weigerde een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen op grond dat de arbeidsongeschiktheid voortvloeide uit dezelfde ziekteoorzaak als in 2004.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de klachten in 2006 anders waren en dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd, mede vanwege het ontbreken van een onafhankelijke medische beoordeling.
De Raad oordeelde dat de bewijslast rust op appellant om aan te tonen dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de twee arbeidsongeschiktheidsperioden. Appellant slaagde hier niet in. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde op basis van medische gegevens dat de klachten in 2006 voortkwamen uit dezelfde psychiatrische problematiek als in 2004. De Raad zag geen reden om af te wijken van dit oordeel en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak.