ECLI:NL:CRVB:2011:BP5414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling uitkeringsbedrag WIA ondanks betwisting inkomsten
Appellante betwistte dat het UWV het uitkeringsbedrag over oktober 2006 juist had vastgesteld en voerde aan dat artikel 6 van Pro het Inkomensbesluit Wet WIA niet toepasselijk was vanwege vermeende inkomsten uit een vroegere dienstbetrekking. Tevens stelde zij dat toepassing van dit artikel tot een onbillijk eindresultaat leidde.
De Raad overwoog dat de betaling van € 1.245,06 door Randstad in oktober 2006 een afrekening betrof van openstaande vakantiedagen en toeslagen na het einde van het dienstverband, en geen inkomsten uit arbeid. De timing van de betaling deed hieraan niet af.
Verder concludeerde de Raad dat de berekening van het uitkeringsbedrag conform het Inkomensbesluit Wet WIA was uitgevoerd en dat de gevolgen daarvan niet zodanig onbillijk waren dat toepassing van artikel 6 buiten Pro toepassing moest blijven.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het uitkeringsbedrag door het UWV wordt bevestigd.