ECLI:NL:CRVB:2011:BP5610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling WW-dagloon ondanks betwisting over niet-uitbetaald loon
Appellant was werkzaam als vrachtwagenchauffeur van januari tot juli 2008 en ontving een WW-uitkering gebaseerd op een dagloon van € 98,50 over een referteperiode van 14 januari tot 30 juni 2008. Hij betwistte de hoogte van het dagloon en stelde dat hij recht had op een hoger dagloon vanwege niet-uitbetaald loon dat wel vorderbaar maar niet inbaar was in het refertejaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet had aangetoond dat er sprake was van zodanig loon. Ook de kantonrechter wees zijn loonvordering af. De Raad overwoog dat artikel 2, vierde lid, van het Besluit WW vereist dat het loon rechtens bestaat maar niet inbaar is om in aanmerking te komen voor een hogere dagloonvaststelling.
Gezien het vonnis van de kantonrechter was het niet aannemelijk dat appellant recht had op dat loon in de referteperiode. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het vastgestelde WW-dagloon juist is en wijst het hoger beroep van appellant af.