ECLI:NL:CRVB:2011:BP5634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op medische en arbeidskundige gronden
Appellant is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar die het beroep tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het besluit betrof de herziening van zijn WAO-uitkering van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 80-100% naar 55-65% per 1 juni 2005. Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij meer beperkt was dan het UWV aannam, mede vanwege psychische klachten.
De Raad heeft het medisch en arbeidskundig onderzoek opnieuw beoordeeld. De medische beperkingen zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst van 14 maart 2005, waarin rekening werd gehouden met hoofdpijn, nekklachten, dysthymie en chronische pijn, werden als voldoende onderbouwd beschouwd. De psychische klachten die appellant later aanvoerde, dateren van na de datum van het besluit en zijn daarom niet relevant voor de beoordeling.
Wat betreft de arbeidskundige beoordeling werden meerdere functies als passend geacht, waaronder productiemedewerker en huishoudelijk medewerker. Hoewel appellant aanvoerde dat sommige functies overlappen en daardoor onvoldoende zijn, oordeelde de Raad dat de schatting mede wordt gedragen door reservefuncties en dat de functiebelasting de belastbaarheid niet overschrijdt.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op basis van een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.