ECLI:NL:CRVB:2011:BP5666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- H.G. Rottier
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling passendheid functies vanuit arbeidskundig oogpunt
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering van betrokkene vernietigde. Betrokkene ontving aanvankelijk een uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid, welke door appellant werd verlaagd naar 15-25%. De rechtbank stelde dat de arbeidskundige onderbouwing van de geduide functies onvoldoende was en verklaarde het beroep van betrokkene gegrond.
In hoger beroep heeft appellant nieuwe rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige overgelegd, waarin nader werd toegelicht waarom de geselecteerde functies passend zijn. De Raad stelde vast dat de medische grondslag niet ter discussie stond, maar dat de vraag was of de functies vanuit arbeidskundig oogpunt geschikt zijn.
De Raad concludeerde dat de aanvullende rapportages en de toelichting ter zitting voldoende overtuigend waren om aan te tonen dat de belasting in de functies de belastbaarheid van betrokkene niet overschrijdt. Betrokkene kan circa acht uur per dag werken zonder energetische beperkingen. De Raad bevestigde dat de rechtbank het beroep terecht gegrond verklaarde vanwege het ontbreken van een sluitende onderbouwing bij het bestreden besluit, maar dat nu die onderbouwing is geleverd, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven.
Tot slot veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene ten bedrage van € 874,-.
Uitkomst: Hoger beroep slaagt; rechtsgevolgen van vernietigd besluit blijven in stand; appellant veroordeeld in proceskosten.