ECLI:NL:CRVB:2011:BP5699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid per 1 juni 2006
Betrokkene maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) inzake de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheidspercentage onder de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het besluit van 12 mei 2009 herzag een eerdere beslissing en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35% per 1 juni 2006. Betrokkene stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank Assen verklaarde het beroep gegrond en stelde de arbeidsongeschiktheidsklasse vast op 35 tot 45% per 1 juni 2006. De rechtbank oordeelde dat de motivering van het besluit onvoldoende was, met name vanwege onduidelijkheden over functieduidingen en de toepassing van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS).
Het UWV stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat de WAO een vaststelling van arbeidsongeschiktheid per specifieke datum vereist en dat het besluit van 12 mei 2009 correct was gemotiveerd op basis van een arbeidskundig rapport dat betrekking had op 1 juni 2006. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond.
De Raad vond geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigde dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid geldt vanaf de aangegeven datum totdat een nieuw besluit wordt genomen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 februari 2011.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van 12 mei 2009 inzake de arbeidsongeschiktheid per 1 juni 2006 blijft gehandhaafd.