ECLI:NL:CRVB:2011:BP5702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen loonsanctie en re-integratie-inspanningen in WIA-zaken
In deze zaak zijn hoger beroepen ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage over loonsancties en re-integratie-inspanningen in het kader van de Wet WIA. Appellant en appellante zijn partijen in een procedure over de vraag of de loonsanctie terecht is opgelegd en of de re-integratie-inspanningen voldoende waren.
De rechtbank had het beroep van appellante gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarbij werd aangenomen dat appellante voldoende re-integratie-inspanningen had verricht door zelf het tweede spoor ter hand te nemen. Appellant betwistte dit en stelde dat appellante tekortgeschoten was in haar verplichtingen, hetgeen volgens hem tot onnodig tijdverlies had geleid.
De Raad volgt appellant en concludeert dat appellante niet aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan, mede op basis van arbeidsdeskundige rapporten die aantonen dat er geen tijdige en adequate interventies waren en dat het inschakelen van een extern bureau te laat plaatsvond. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de uitspraak en het nieuwe besluit vernietigd, en het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten.
Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen, waarbij de Raad bevestigt dat een beoordeling van de bekorting van de loonsanctie niet in deze procedure aan de orde kan komen. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 februari 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd; het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de uitspraak bevestigd.