ECLI:NL:CRVB:2011:BP5993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief over toeslagverlaging UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een brief van het UWV waarin werd medegedeeld dat de toeslag per 1 januari 2002 werd verlaagd naar een derde van de volledige toeslag. De brief verwees naar een eerder besluit van 28 november 2000 waarin de afbouw van de toeslag over drie jaar was vastgesteld. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kon worden aangemerkt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de afbouw en intrekking van de toeslag in strijd was met de wet en internationale verdragen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief niet op rechtsgevolg was gericht en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde dat het rechtsgevolg reeds was vastgesteld in het besluit van 28 november 2000 en dat de brief slechts een mededeling betrof.
De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te kennen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Appellant werd daarmee terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de brief van 25 januari 2002.
Uitkomst: Appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen de brief over toeslagverlaging.