ECLI:NL:CRVB:2011:BP6143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij beëindiging nabestaandenuitkering
Appellant ontving vanaf november 2007 een nabestaanden- en halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Na bekendwording van zijn huwelijk op 30 april 2008 beëindigde de Sociale verzekeringsbank (Svb) de nabestaandenuitkering per 1 mei 2008 en kondigde een boete en terugvordering aan.
Appellants zoon nam telefonisch contact op met de Svb en verzocht om uitstel voor het geven van een reactie, waarop de Svb uitstel verleende tot 15 maart 2009, later verlengd tot 15 april 2009. Ondanks deze verlengingen werd het bezwaar pas op 15 april 2009 ingediend, na afloop van de oorspronkelijke termijn die op 4 maart 2009 eindigde.
De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het uitstel tot halverwege april 2009 hem een redelijke termijn gaf om bezwaar te maken en dat de telefoonnotities van zijn zoon als bezwaar moesten worden beschouwd.
De Raad oordeelde dat het uitstel slechts tot 15 april 2009 liep en dat de telefoonnotities geen bezwaar vormden, omdat daarin alleen om uitstel werd gevraagd. De overschrijding van de termijn na 14 april 2009 kon niet worden verschoond. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding wordt bevestigd.