ECLI:NL:CRVB:2011:BP6169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks bezwaar over medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien en te verlagen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Zij stelde dat de medische beoordeling onjuist was, onder meer omdat zij volgens haar niet meer dan 7,2 uur per week zou kunnen werken en dat de door het UWV geraadpleegde neuroloog haar onterecht verdacht van bewust onderpresteren. Tevens werd aangevoerd dat het verzekeringsgeneeskundig protocol beroerte niet was gevolgd en dat het UWV het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel had geschonden.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en geoordeeld dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit juist waren. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze beoordeling en ziet geen aanleiding tot het benoemen van een medisch deskundige. De Raad merkt op dat het protocol beroerte niet van toepassing is op de geraadpleegde neuroloog en dat de stelling van bewust onderpresteren feitelijk niet is onderbouwd.
De Raad benadrukt dat het UWV bevoegd is om een herbeoordeling te doen, ook als eerdere beoordelingen anders waren, mits deze voldoen aan de daaraan te stellen eisen. De beperking in een hectische prikkelrijke omgeving is adequaat vertaald naar een beperking in conflicthantering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.