ECLI:NL:CRVB:2011:BP6443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als magazijnmedewerker, viel uit wegens rug- en psychische klachten. Het UWV kende hem op grond van de Wet WIA een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 80%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde zich op het standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt was vanwege beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren en concentratie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) niet tot volledige arbeidsongeschiktheid leidden en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd geen bijzondere eisen stelden aan samenwerken of concentratie. In hoger beroep herhaalde appellant deze gronden.
De Raad overwoog dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de medische gegevens geen overschatting van de belastbaarheid toonden, ook niet op het punt van concentratie. De brief van de psychiater, overgelegd door appellant, was niet relevant omdat deze dateerde van ruim anderhalf jaar na het besluit en geen concentratieproblemen meldde. De arbeidskundige grondslag van het besluit werd eveneens als voldoende gemotiveerd beoordeeld.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt bevestigd.