ECLI:NL:CRVB:2011:BP6512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 2000 arbeidsongeschikt was verklaard vanwege psychische klachten, kreeg haar WAO-uitkering toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en psychiater werd vastgesteld dat zij lijdt aan een paniekstoornis met agorafobie en persoonlijkheidstrekken, maar geschikt is voor drie andere functies, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Hierdoor werd haar uitkering per 12 september 2005 ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij vaker flauwvalt en daardoor niet geschikt zou zijn voor de voorgestelde functies. Na hernieuwd onderzoek en een deskundigenrapport van psychiater Rübsaam, die een agorafobie zonder paniekstoornis vaststelde en zich kon verenigen met de functionele mogelijkhedenlijst, oordeelde de rechtbank dat het bezwaar ongegrond was. In hoger beroep handhaafde de Raad dit oordeel, waarbij werd benadrukt dat de deskundige zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de beperkingen van appellante adequaat waren meegewogen.
De Raad stelde dat de flauwtes van appellante, die ongeveer driemaal per dag voorkomen, geen belemmering vormen voor het uitvoeren van de zittende functies waarvoor zij geschikt is. Ook werd geoordeeld dat werkgevers redelijkerwijs kunnen omgaan met werknemers die af en toe moeten pauzeren vanwege paniekaanvallen. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en zag geen reden tot toepassing van bijzondere bestuursrechtelijke maatregelen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt is en geschikt wordt geacht voor bepaalde functies.