ECLI:NL:CRVB:2011:BP6535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 2005 vanuit Marokko een verzoek ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, dat door het UWV werd beoordeeld als een verzoek om terug te komen op het in 1986 genomen besluit tot intrekking van zijn WAO-uitkering. Het UWV wees het verzoek af vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Ook de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef het oordeel van het UWV. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, stellende dat de beschikbare gegevens geen aanleiding geven om het besluit uit 1986 te herzien.
De Raad benadrukt dat appellant verantwoordelijk is voor het aanleveren van gegevens die het UWV in staat stellen het verzoek te beoordelen. Het feit dat een deel van de relevante stukken niet meer beschikbaar is door het tijdsverloop, komt voor risico van appellant. De Raad concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen en dat het besluit tot afwijzing van het verzoek rechtmatig is genomen.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om terug te komen op het besluit tot intrekking van zijn WAO-uitkering uit 1986 wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.