ECLI:NL:CRVB:2011:BP6537
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of aan de vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan, waaronder de tijdige betaling van het griffierecht.
De gemachtigde van verzoekster is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting om het griffierecht van €111,- binnen de gestelde termijn te voldoen, eerst binnen twee weken en vervolgens binnen één week. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet tijdig voldoen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek dan ook niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.