ECLI:NL:CRVB:2011:BP6870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijzondere bijstand wegens ontbreken verifieerbare rekeningen
Appellante had bijzondere bijstand ontvangen voor woninginrichting onder de voorwaarde dat zij binnen 30 dagen verifieerbare rekeningen van de aangeschafte goederen zou overleggen. Zij voldeed niet aan deze verplichting, waarna het College van burgemeester en wethouders van Utrecht de bijstand introk en terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de verplichting tot overlegging van controleerbare rekeningen gerechtvaardigd is om het recht op bijstand effectief te kunnen controleren.
De door appellante overgelegde handgeschreven verklaring en het bankafschrift zijn onvoldoende om aannemelijk te maken dat het geld daadwerkelijk voor woninginrichting is gebruikt. Bijzondere omstandigheden die appellante aanvoert, zijn niet voldoende om af te wijken van de controleverplichting.
De Raad acht het besluit tot intrekking en terugvordering dan ook terecht en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van de bijzondere bijstand wordt bevestigd.