ECLI:NL:CRVB:2011:BP6873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet-wonen op opgegeven adres
Appellante ontving bijstand sinds 1992 en stond ingeschreven op een adres te ’s-Hertogenbosch. Na een melding dat zij niet meer op dat adres woonde, stelde het College een onderzoek in. Appellante verklaarde te zijn verhuisd naar een ander adres, waar zij ook stond ingeschreven. Tijdens een bezoek en verhoor op dat adres kwamen de bevindingen niet overeen met haar omschrijving van de woning en kamer.
Het College besloot daarom de bijstand met ingang van 28 juni 2007 in te trekken, omdat niet kon worden vastgesteld dat appellante recht op bijstand had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de onjuiste informatie over het woonadres een schending van de inlichtingenverplichting vormt en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken. Ook werd geoordeeld dat het beginsel van hoor en wederhoor niet was geschonden. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 28 juni 2007 wordt bevestigd wegens niet-wonen op het opgegeven adres.