ECLI:NL:CRVB:2011:BP6887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van eerdere beslissing over dagloon bij WAO-uitkering en weigering prijscompensatie
Appellant, C.W. Pauw, heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV over de hoogte van zijn WAO-uitkering en de daarbij behorende prijscompensatie (indexering). Het geschil betrof met name de halfjaarlijkse indexering van de WAO-uitkering in verband met het wettelijk minimumloon.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtsgeldigheid van een eerder in rechte onaantastbaar geworden besluit over het dagloon niet bij elke betaling opnieuw integraal kan worden betwist. Het besluit van 23 april 2004, waarin het dagloon werd vastgesteld, is onaantastbaar geworden omdat daartegen geen beroep is ingesteld.
Het bestreden besluit van 17 oktober 2007 en het primaire besluit van 9 juli 2007 betreffen slechts de wijziging van de uitkering op basis van een geïndexeerd vervolgdagloon. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem. Tevens wordt opgemerkt dat het UWV spoedig een besluit moet nemen over het verzoek van appellant om terug te komen op het besluit van 23 april 2004.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 4 maart 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.