ECLI:NL:CRVB:2011:BP7006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin de weigering van haar Wajong-uitkering werd bevestigd. Het UWV had haar per 30 augustus 2008 de uitkering geweigerd omdat zij niet voldeed aan de voorwaarde dat na een periode van 52 weken sprake is van een arbeidsongeschiktheid van ten minste 25%.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht deze weigering handhaafde. In hoger beroep heeft appellante geen nieuwe gronden of aanvullende stukken ingebracht die het eerdere oordeel zouden kunnen wijzigen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank en bevestigt de geweigerde uitkering.
De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 4 maart 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.