ECLI:NL:CRVB:2011:BP7011

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-490 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Beleidsregels buiten aanmerking laten arbeidsongeschiktheid 1 juni 2004
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering Wajong ondanks gewijzigde regelgeving

Appellante, geboren in 1981 en sinds 2001 rechtmatig in Nederland verblijvend, vroeg op 28 december 2008 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees deze aanvraag op 4 maart 2009 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar wegens een formeel gebrek, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, stellende dat het UWV gehouden was de arbeidsongeschiktheid van appellante buiten aanmerking te laten volgens de beleidsregels van 1 juni 2004.

In hoger beroep voerde appellante aan dat bijzondere omstandigheden het UWV tot afwijking van de beleidsregels hadden moeten brengen en dat onvoldoende onderzoek was verricht. De Raad concludeerde echter dat geen nieuwe omstandigheden waren gebleken die afwijken van de beleidsregels rechtvaardigen en dat het UWV geen nader onderzoek hoefde te doen.

Hoewel appellante in 2010 alsnog een Wajong-uitkering kreeg toegekend op basis van gewijzigde regelgeving, heeft deze toekenning geen terugwerkende kracht. De medische stukken die appellante overlegde, konden het eerdere oordeel niet wijzigen omdat de afwijzing primair was gebaseerd op het rechtmatig verblijf vanaf 2001 en niet op medische gronden.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wees een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering door het UWV, ondanks latere toekenning op basis van gewijzigde regelgeving.

Uitspraak

10/490 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 december 2009, 09/2130 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 maart 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. S. Ben Ahmed, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2011. Appellante was daar vertegenwoordigd door haar [echtgenoot] en mr. Ben Ahmed, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante, [in] 1981 geboren te Marokko en sinds 2001 rechtmatig verblijvend in Nederland, heeft op 28 december 2008 een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) bij het Uwv aangevraagd. Op deze aanvraag is bij besluit van 4 maart 2009 afwijzend beslist. Het bezwaar daartegen is bij besluit van 18 mei 2009 (hierna: besluit op bezwaar) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit op bezwaar vanwege een formeel gebrek gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar in stand blijven. Daartoe is overwogen dat het Uwv op grond van de ‘Beleidsregels buiten aanmerking laten arbeidsongeschiktheid’ van 1 juni 2004 (Stcrt. 2004, 115) gehouden is de arbeidsongeschiktheid van appellante blijvend buiten aanmerking te laten en dat in het voorliggende geval niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan het Uwv van zijn beleidsregels had moeten afwijken.
3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat bij de aangevallen uitspraak ten onrechte is bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar in stand blijven. Daartoe is aangevoerd dat er bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan het Uwv af had moeten wijken van zijn beleidsregels en dat het Uwv ter zake geen toereikend onderzoek heeft verricht. Verder is ter zitting van de Raad door de echtgenoot van appellante nog een aantal stukken overgelegd.
4. De Raad onderschrijft de bij de aangevallen uitspraak door de rechtbank ter zake van het besluit op bezwaar gegeven inhoudelijke oordelen en maakt deze tot de zijne. Ook in hoger beroep is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan het Uwv af had moeten wijken van de ‘Beleidsregels buiten aanmerking laten arbeidsongeschiktheid’ van 1 juni 2004. Evenmin zijn er aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv ter zake nader onderzoek had moeten verrichten.
Aan het voorgaande doet niet af dat het Uwv appellante in 2010 alsnog een uitkering ingevolge de Wajong heeft toegekend. Deze toekenning heeft namelijk geen terugwerkende kracht en is gebaseerd op gewijzigde regelgeving. Ook de zijdens appellante ter zitting overgelegde (medische) stukken leiden niet tot een ander oordeel aangezien de aanvraag is afgewezen omdat appellante pas vanaf 2001 rechtmatig in Nederland verbleef en niet op medische gronden.
5. Gelet op het vorenstaande ziet de Raad geen grond om de aangevallen uitspraak te vernietigen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten.
6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2011.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) N.S.A. El Hana.
IvR