ECLI:NL:CRVB:2011:BP7013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV wees dit af omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de medische informatie van appellant onvoldoende aanleiding gaf om meer beperkingen aan te nemen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn rug- en elleboogklachten ernstiger waren en dat er sprake was van psychische beperkingen. Hij overlegde aanvullende medische rapporten, waaronder psychologisch en psychiatrisch onderzoek. De Raad oordeelde echter dat deze nieuwe informatie geen wezenlijke nieuwe gezichtspunten bevatte en dat er geen bewijs was dat appellant op de datum van beoordeling psychisch beperkt was.
De Raad sloot zich aan bij de rechtbank dat de arm- en elleboogklachten wel beperkingen veroorzaakten, maar dat deze niet verder gingen dan reeds vastgesteld. De Raad zag geen reden om het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts te verwerpen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling of schadevergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen.