ECLI:NL:CRVB:2011:BP7028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheidsbeoordeling en vergoeding griffierecht in hoger beroep
Appellante maakte bezwaar tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het Uwv, welke was vastgesteld op 55-65% per 11 januari 2008. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het bestreden besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep voerde appellante nieuwe medische omstandigheden aan, waaronder fibromyalgie, PTSS en een depressie, en betwistte de juistheid van de arbeidsbeperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de nieuwe argumenten geen wezenlijke verandering in het oordeel rechtvaardigen. De rapporten van de bezwaarverzekeringsarts, die rekening hielden met medische gegevens en behandelingen, werden als overtuigend beschouwd. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke psychiater.
De Raad bevestigde dat de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling gebaseerd bleef op drie functies met voldoende arbeidsplaatsen, conform het Schattingsbesluit, ondanks het vervallen van één functie tijdens de procedure. Omdat appellante pas in hoger beroep een voldoende toelichting gaf op de signaleringen, werd het Uwv verplicht het door appellante betaalde griffierecht te vergoeden. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid van 55-65% wordt bevestigd, met vergoeding van het griffierecht aan appellante.