ECLI:NL:CRVB:2011:BP7198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant was van 1 november 2004 tot 1 september 2006 werkzaam bij de Roteb en meldde zich op 24 september 2007 ziek met psychische klachten. Na onderzoek door een verzekeringsarts op 5 november 2007 en beoordeling van medische stukken, waaronder rapportages van psychiater Barreto en sociaal psychiatrisch verpleegkundige Verheijden, werd appellant per 6 november 2007 geschikt geacht voor zijn eigen werk.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot daarom op 5 november 2007 het recht op een Ziektewet-uitkering te beëindigen. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het Uwv op basis van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond na zorgvuldige toetsing.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn klachten werden onderschat en dat werken onder zijn niveau zijn klachten verergerde. De Raad overwoog echter dat de medische informatie en onderzoeken gezamenlijk voldoende grond boden om te concluderen dat appellant per 6 november 2007 geschikt was voor zijn eigen werk. Verzekeringsgeneeskundige protocollen zijn niet van toepassing bij Ziektewet-beoordelingen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit van het Uwv.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 6 november 2007 geschikt was voor zijn eigen werk en geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering.