ECLI:NL:CRVB:2011:BP7449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin het recht op een WIA-uitkering werd ontzegd. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gronden van het bezwaar had ingediend. Het UWV had appellant per ongedateerde brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, waarbij de termijn aanving op de dag van ontvangst van de brief, 16 juli 2009.
Appellant stelde dat de hersteltermijn niet geldig was gesteld vanwege het ontbreken van een datum op de brief en dat contact met het UWV hierover niet werd beantwoord. De Raad oordeelde echter dat het voor de gemachtigde van appellant duidelijk had moeten zijn dat de termijn op 16 juli 2009 was begonnen en dat zonder tegenbericht geen verlenging mocht worden verwacht.
De Raad vond dat het UWV bevoegd en redelijk had gehandeld door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Er waren onvoldoende aanknopingspunten om het besluit van het UWV als onredelijk te beschouwen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht werd dan ook bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de gronden binnen de gestelde hersteltermijn.