ECLI:NL:CRVB:2011:BP7961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig inpakster, vroeg een WIA-uitkering aan wegens klachten aan linkerhand, nek en schouder. Het UWV stelde vast dat zij niet arbeidsongeschikt was voor ten minste 35% en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de arbeidskundige beoordeling als zorgvuldig en juist werden beoordeeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat, dat een urenbeperking had moeten gelden en dat haar medicijngebruik beperkingen opleverde bij machinewerk. Ook betwistte zij het opleidingsniveau en de taalvaardigheid die nodig zijn voor de geduide functies.
De Raad stelde vast dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief aanvullend bezwaaronderzoek. De arbeidskundige beoordeling was voldoende onderbouwd en de functies waren passend. Het opleidingsniveau en de taalvaardigheid werden terecht ingeschat, waarbij ook rekening werd gehouden met de aard van de functies.
De Raad concludeerde dat appellante in staat is drie verschillende functies te vervullen, conform de wettelijke vereisten, en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de WIA-uitkering blijft in stand.