ECLI:NL:CRVB:2011:BP7973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens afwezigheid arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om geen ziekengeld toe te kennen aan een werknemer die sinds 25 augustus 2007 arbeidsongeschikt zou zijn. Het UWV had eerder vastgesteld dat er geen sprake was van beperkingen door ziekte of gebrek bij het einde van de wachttijd volgens de WAO.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de wet een limitatieve opsomming geeft van situaties waarin ziekengeld kan worden toegekend, en dat werknemer niet voldeed aan de criteria voor arbeidsgehandicaptheid. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde argumenten aan en stelde dat de rechtbank een innerlijke tegenstrijdigheid vertoonde in haar overwegingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de argumenten van appellant reeds door de rechtbank terecht zijn verworpen en onderschrijft het standpunt dat artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet limitatief is. De Raad ziet geen tegenstrijdigheid in de eerdere overwegingen en bevestigt het oordeel dat werknemer geen recht heeft op ziekengeld. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.