ECLI:NL:CRVB:2011:BP8117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijnoverschrijding bij aanvraag bijstand Wet werk en bijstand
Appellante diende een aanvraag bijstand in die door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen. Zij maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. Appellante voerde aan dat zij pas later kennis kon nemen van het besluit omdat zij met toestemming van het College in het buitenland verbleef.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt dat het besluit tijdig en correct is verzonden en dat de bezwaartermijn correct is aangevangen. Het verblijf in het buitenland vormt geen geldige reden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, aangezien appellante voorzorgsmaatregelen had kunnen treffen om tijdig bezwaar te maken.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige bezwaarprocedure en de verantwoordelijkheid van de aanvrager om maatregelen te treffen bij verblijf in het buitenland.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.