ECLI:NL:CRVB:2011:BP8455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering met beperkingen en passende arbeid
Betrokkene, werkzaam als dienstverlener voor 21 uur per week, meldde zich in 2000 wegens psychische klachten ziek en vroeg een WAO-uitkering aan. Een verzekeringsarts en psychiater concludeerden aanvankelijk dat betrokkene geen psychiatrische beperkingen had die haar belemmerden gangbare arbeid te verrichten, waarna de uitkering werd geweigerd. Betrokkene stelde zich op het standpunt volledig arbeidsongeschikt te zijn, gesteund door een rapport van een andere psychiater.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering en voorbereiding, waarna de Raad een nieuw onderzoek instelde. Deskundige Nabarro gaf aan dat beperkingen niet juist waren verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Na bijstelling van de FML concludeerde appellant dat betrokkene haar eigen werk niet kon verrichten, maar wel andere passende functies zonder forse nekbelasting.
De Raad oordeelt dat met de aangepaste FML betrokkene in staat is de werkzaamheden van de geselecteerde functies te verrichten. De klacht over het ontbreken van de beperking voor nekbelasting faalt omdat voldoende functies deze belasting niet kennen. De Raad bevestigt daarmee de vernietiging van het eerdere besluit en acht een toekomstige indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45% toetsingsbestendig. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Raad bevestigt de vernietiging van het besluit en oordeelt dat betrokkene met beperkingen passende arbeid kan verrichten zonder forse nekbelasting.