ECLI:NL:CRVB:2011:BP8458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste vaststelling dagloon bij herziening WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij het dagloon per 12 juli 2002 was vastgesteld op €69,88 en later bij een nieuw besluit op €67,01. De rechtbank stelde het dagloon vast op €69,88 voor de periode 12 juli 2002 tot en met 16 december 2008 en op €67,01 vanaf 17 december 2008. In hoger beroep betoogde appellant dat onduidelijk bleef hoe het dagloon was vastgesteld, vooral in relatie tot het maatmanloon, en dat de verlaging van het dagloon in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat het verschil tussen maatmanloon en dagloon voortkomt uit verschillende wettelijke bepalingen en doelen, en dat de wijze van indexeren verschilt. Dit verklaart het verschil in hoogte van de bedragen, wat op zichzelf geen reden is om het dagloon onjuist te achten. De Raad vond dat het besluit van 17 december 2008 en de bijbehorende documenten voldoende verduidelijking boden over de berekening van het dagloon.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De oorspronkelijke vaststelling van het dagloon uit 1980 kon in deze procedure niet ter discussie worden gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.